Meditatie


UW WEG OP DE HEERE GEWENTELD
‘Wentel uw weg op de Heere en vertrouw op Hem; Hij zal het maken’      Psalm 37

Een nieuw jaar
Wij vliegen daarheen! Dat hebben wij ook in het voorbijgesnelde jaar weer ondervonden. Het is haast niet te geloven, dat nu alweer een jaar wegzonk in de grondeloze diepte van de eeuwigheid. Wij kunnen het ons haast niet voorstellen, dat wij nu weer een nieuw jaar intreden.

Wat zal dat nieuwe jaar ons brengen? De vragen kunnen worden vermenigvuldigd, maar niet worden beantwoord. Over de toekomst hangt een sluier. Maar dít weten wij wel, dat degene die door genade mag beoefenen wat David hier in Psalm 37 zegt: ‘Wentel uw weg op de Heere en vertrouw op Hem’, het zal ondervinden in dit nieuwe jaar dat zo donker begint, dat ‘de Heere het maken zal’.

Uw weg
Wentel uw weg op de Heere! Met ‘uw weg’ bedoelt David: heel ons leven, met al zijn omstandigheden, niets achtergehouden, zelfs geen zonde. Wij moeten heel die weg als een zware last op de Heere wentelen, in voorspoed zowel als in tegenspoed. Als ziekte ons deel wordt, als wij veel moeten lijden. Als de toestand van iemand die u dierbaar is, u verdriet geeft. Als u in rouw gedompeld wordt. Als bange zorg u pijnigt: de bekommernis over de zaak van ons land en volk, de vrees voor oorlogen en gerichten, de zorg over de afval en het ongeloof, over het onrecht dat heerst en de onvrede die woelt, de zorg voor Gods Koninkrijk en het heil voor uw ziel en dat van Sion.

Dat alles moeten wij wentelen op de Heere. Dat is: die weg van zich afwerpen op God en dat doen met vertrouwen op Hem.

De onmacht van ons hart
Nu is het een groot voorrecht om onze weg op de Heere te mogen wentelen. Toch is het, wel beschouwd, zo moeilijk. Want van nature voelt de mens daaraan geen behoefte. Wij willen onszelf helpen met voorbijlopen van de Heere, onze God. Onszelf handhaven, want wij zijn zo wijs en zo sterk. Wij spreken wel over de Heere, maar in de praktijk kunnen wij Hem missen.

Wij zitten er vol van, en het is louter ontferming als het anders mag zijn. Daarom kan deze vermaning om onze weg op Hem te wentelen niet zonder meer opgevolgd worden. Maar ze moet ons leren in te keren in eigen hart om te bekennen dat wij zo ongelovig zijn, zo vol van wantrouwen, ja, dat in ons vlees geen goed woont. Om dan, ontdekt aan ons onvermogen, als een weet-niet en kan-niet, wenend met al onze ellende en ongerechtigheden, met onze noden en behoeften, te vluchten tot de Heere.

De Heere lokt ons dan Zelf uit: ‘Wentel uw weg op Mij en vertrouw op Mij!’

In stilheid en vertrouwen
Zalig dan alles, voor tijd en eeuwigheid, voor lichaam en ziel, ja, onszelf op Hem te mogen werpen door de kracht van het geloof en ons zó aan Hem toe te vertrouwen. Dan laten wij door de kracht van de genade alles aan Hem over. Dan zoeken wij, ook voor het nieuwe jaar dat wij ingaan, onze sterkte in stilheid en vertrouwen, naar het woord van de dichter:

Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil,
Stel u gerust, zwijg Gode stil;
Ik wacht op Hem, Zijn hulp zal blijken.

Als wij zó onze weg op de Heere wentelen en op Hem vertrouwen, dan zal ‘Hij het maken’. ‘Hij zal het maken!’

Het ‘maken’ van de Heere
Nu hebben wij wel in het oog te houden, dat dit ‘maken’ van de Heere niet altijd beantwoordt aan wat wij ervan verwachten. Wij hebben te bedenken dat de wegen van de Heere hoger zijn dan de onze, de gedachten van de Heere anders dan de onze. Hoe de Heere het maakt en wanneer Hij het maakt, hebben wij aan Hem over te laten. En dan maakt de Heere het wel met ons, ook als Zijn weg met ons in tegenheden is.

Hij maakt het wel, al zouden wij moeten gaan door de smartelijkste wegen. Hij maakt het wel, ook al neemt Hij van ons ‘de lust onzer ogen’ of het dierbaarste pand.

Weet: Gods verhoring is niet altijd in overeenstemming met ons begeren. Wij weten niet wat goed voor ons is. Maar ook al houdt de Heere de moeilijkste wegen met ons, dan maakt de Heere het goed met Zichzelf! En dat is zalig! Dan laat Hij ons rusten in Zijn doen, en Zijn vrede troost zelfs het zwaarste verdriet en het moeilijkste kruis.

Oproep en troost
O lezers, moge de genade u in het nieuwe jaar worden geschonken om onze weg op de Heere te wentelen en op Hem te vertrouwen. Om dan te ondervinden dat Hij het maken zal.

Leg u dan neer aan de voeten van de Heere om te pleiten op Zijn ontferming, om Zijn afbrekende genade in te roepen, opdat het komt tot volle overgave van uw ziel in de handen van God. Christus is toch gekomen opdat zij het leven en overvloed zullen hebben.

Wanneer u nog voortleeft zonder God, vervreemd van het leven, weet dan dat de tijd van de genade opkort en elke dag de laatste kan zijn. De deur der genade wordt weldra gesloten voor u. En dan… is het te laat, te laat voor eeuwig. Verneder u dan onder de krachtige hand Gods, en Hij zal u te Zijner tijd verhogen.

Hoe veilig weten wij ons bewaard wanneer de vrede van God onze harten en zinnen vervult. Dan kunnen wij onze zorgen aan de Heere overlaten. Hij zal het maken!

Wie maar de goede God laat zorgen
En op Hem hoopt in ’t bangst gevaar,
Is bij Hem veilig en geborgen.
Die redt Hij Godd’lijk wonderbaar;
Wie op de hoge God vertrouwt,
Heeft zeker op geen zand gebouwd.

Moge dit uw ervaring zijn in het nieuwe jaar.

Wijlen ds. N. de Jong

Dagtekst

Lucas 7:47

Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.

ANBI | © 2024 CGK Katwijk. Alle rechten voorbehouden.