Ochtenddienst (bediening Heilige Doop)
Psalm 147: 8
Psalm 6: 2
Psalm 105: 5 en 134: 3
Psalm 51: 3 en 4
Psalm 68: 7
Psalm 93: 4
Schriftlezing: Leviticus 14: 1-7
Tekst: Psalm 51: 7 en 9
Thema: Witter dan sneeuw:
[1] Davids diepe belijdenis (vers 7);
[2] Davids dringende gebed (vers 9)
Vragen:
- Wanneer heeft David Psalm 51 gedicht? Wie was er eerst bij hem geweest?
- David zegt in vers 6: ‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd’. Maar hij had toch ook tegen Bathséba en Uría gezondigd? Hoe bedoelt hij dit?
- Wat bedoelt David als hij belijdt dat hij in zonde ontvangen en in ongerechtigheid geboren is?
- Bij wie vinden we die belijdenis ook al?
- Wat had Davids moeder met haar kleine kindje gedaan, toen ze in verwachting was, en bij de geboorte?
- David bidt of de Heere hem wil wassen. Wat bedoelt hij daarmee?
- Wat was een voller en hoe deed hij zijn werk?
- Aan welke wet denkt David als hij bidt of hij ‘ontzondigd mag worden met hysop’?
- Wat gebeurde er bij de reiniging van een melaatse?
- En hoe wijst dat heen naar de Heere Jezus?