Psalm 139: 4
Bedezang voor de predikatie
Psalm 25: 2 en 6
Psalm 119: 3
Avondzang: 7
Schriftlezing: Hooglied 4: 8-16 en Johannes 15: 18-27
Tekst: ‘Die van de Vader en de Zoon uitgaat, Die tezamen met de Vader en de Zoon aangebeden en verheerlijkt wordt’
Thema: Serie Geloofsbelijdenis van Nicéa:
Noordenwind en Zuidenwind:
[1] De Heilige Geest en God de Vader;
[2] de Heilige Geest en God de Zoon;
[3] de Heilige Geest en Gods Bruidskerk
[1] Wat betekenen ‘noordenwind’ en ‘zuidenwind’ als het gaat over de Heilige Geest?
[2] Wat bedoelt de Heere Jezus als Hij zegt dat de Heilige Geest ‘van de Vader uitgaat’? En wanneer heeft Hij dat gezegd?
[3] Volgens de Belijdenis van Nicéa gaat de Heilige Geest ook uit van de Zoon. Wat betekent dat? Wanneer is dat juist een troost?
[4] De Heilige Geest wordt samen met de Vader en de Zoon ‘verheerlijkt’. Waar en op welke manier?
[5] Zijn er in de Bijbel voorbeelden van gebeden die gericht worden tot de Heilige Geest? Wat wordt er dan aan Hem gevraagd?