Ochtenddienst Eerste Paasdag
Psalm 118: 11
Psalm 119: 88
Psalm 42: 4 en 5
Psalm 80: 11
Psalm 138: 4
Schriftlezing: Markus 14: 26-31 en Markus 16: 1-8
Tekst: Markus 16: 7m
Thema: Paasevangelie voor Petrus:
[1] Petrus en de trouw van zijn Herder;
[2] Petrus en het spoor van zijn Herder;
[3] Petrus en het woord van zijn Herder
Vragen
- Welke discipel wordt in onze tekst apart genoemd? Waarom is dat? En wat heeft het te maken met het feit dat de Heere Jezus de Herder is?
- Wat betekent het dat de Heere Jezus Zijn discipelen ‘voorgaat’?
- Waarom wil de Heere Jezus Zijn discipelen en Petrus juist ‘in Galiléa’ ontmoeten?
- Zijn er vandaag nog plaatsen waarvan geldt: ‘En aldaar zult gij Mij zien’?
- ‘Gelijk Hij ulieden gezegd heeft’. Wanneer had de Heere Jezus gezegd dat Hij Zijn discipelen in Galiléa zou ontmoeten? En waarom wordt dit er door de engel bij gezegd?
- Ooit heeft iemand over deze tekst gezegd: hier vinden het Paasevangelie in twee enveloppes. Kunt u dat uitleggen?