CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

Liefdekastijding

Wien de Heere liefheeft, kastijdt Hij Hebr. 12: 6

Gods kind kent de omhelzingen alsook de slagen van God. Beide behoren bij het kindschap. Zó zegt de apostel het: ‘Wien de Heere liefheeft, dat wil zeggen: hij die het voorwerp van Gods liefde is, die door de Heere bemind wordt, die wordt nu ook door Hem gekastijd.

Dat lijkt op de eerste klank af verbijsterend. Bemind en dan toch geslagen. Zó zelfs, dat meermalen die kastijding de vorm van een geseling aanneemt. Voorwaar, het is een onverstaanbare zaak voor wie niet thuis is in de geestelijke dingen.

Denk er niet gering van: bemind door God. Daar zal wel geen groter, wonderlijker, zaliger zaak zijn te bedenken. De apostel bezigt voor dit woord liefhebben in de oorspronkelijke, Griekse taal, een uitdrukking, die betekent liefhebben of beminnen, niet slechts als een gemoedelijke, gevoelsaandoening; maar als een daad van hoge kwaliteit; liefde bewijzen in de daad met hoogstaande intentie; voorname diepe liefde. Inderdaad, met zulk woord moet de liefde in God tot Zijn kind worden genoemd. Zo heeft God van eeuwigheid door zelfbewogenheid dat kind bemind.

In de stille eeuwigheid was God in Zijn besluit met dat kind al werkzaam. Het is uit die liefde, uit die verkiezende liefde straks voortgebracht. En de Zoon van God heeft zo’n overeenstemming met die Vaderlijke beminning betoond, dat Hij in de tijd Zijn ziel in de dood heeft overgegeven, de gunstgenoten des Vaders met een onvergelijkelijke liefde beminnende.

De Heilige Geest heeft door de toepassende daad zich in hen verheerlijkt. Zodat Hij in het uur der minne, dat verkoren kind heeft wedergeboren, heeft verenigd met de Heere Jezus, heeft gewassen en gereinigd, verlost en geheiligd; zodat dit kind op de schoot des Vaders kon gelegd worden; waar het de goedkeuring van God de Vader op dat liefdewerk mag smaken, in de kussingen die de Vader aan dat kind wel eens verwaardigt. En als dan uit die liefde van God de wederliefde aan het woord komt, wat een wonder schouwspel levert dit op van hemelse vereniging. Ja, als eenmaal de grote Bruiloft van de Zoon zal gevierd worden, en de geschapen liefde de ongeschapen liefde zal ontmoeten in volmaakte zaligheid; — welke pen zou kunnen beschrijven wat dat zal zijn!

Klinkt het nu niet verbijsterend, als van zulk een beminde van God wordt gezegd, dat hij, nog wel krachtens die liefde Gods, zal worden gekastijd en gegeseld?

Toch is het geen onverzoenlijke tegenstelling. De apostel gebruikt voor kastijding hier een woord, in het Grieks, dat opvoeding beduidt. Het is afgeleid van een woord, dat kind of knaap betekent.

Dat kind, die rijpere jeugd namelijk heeft nodig: verzorgende opvoeding. Opvoeding, het is naar omhoog, naar boven opleiden. Het gaat gepaard met tucht. Welk vader kastijdt niet zijn zoon? De bastaard ja, die is zonder kastijding, maar dat is Gods kind dan ook juist niet. Als er ooit van ‘echte’ kinderen kan gesproken worden, dan is het van het genadekind van God. Neen, God behoeft er zich niet over te schamen, dat het er is. Het is wettig, in de meest ordelijke weg ter wereld gekomen. Daarom hangt Gods hart er aan. Daarom zal het de rechten van het kind genieten: opvoeding die gepaard gaat met nodige tucht.

De Heere heeft ons lief. Maar Hij zal er daarom zorg voor dragen, dat Zijn liefde ons bij zal kunnen blijven. Verstaat u het goed, lezer? De Heere zal er uit Zijn liefde Zelf zorg voor dragen, dat Hij Zijn volk kan blijven erkennen en beminnen. Daarom moeten ze niet in strijd met hun kindschap geraken. Daartoe houdt de Heere hen dan op maat. Hij onthoudt hun waar ze niet tegen kunnen. Hij beschikt over hen wat nodig is, om klein te worden, maar ook om nu klein te blijven. .Ja meer, om degelijk op te groeien, geschikt voor de levenstaak, houdt een goed vader zijn kind ‘kort’.

Wijlen prof. G. Wisse