CGK Katwijk

Christelijke Gereformeerde Kerk te Katwijk aan Zee

Meditatie

O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!

Jesaja 55:1

 

In dit hoofdstuk vinden wij een uitnodiging tot alle personen in alle plaatsen om te komen en Jezus Christus, de Koning der koningen, de Heere der heren, als Vredevorst te ontvangen. Hij is zelfs nabij ons in het Evangelie, waarin Hij Zichzelf openbaart. Neem Hem aan, nu Hij Zich aanbiedt, en u zult welkom bij Hem zijn. Ieder mens die Hem nodig heeft, kome! Hij heeft balsem voor alle wonden, zalf voor alle pijnen en geneesmiddelen voor alle kwalen.

Er zijn wel enige tegenwerpingen tegen dit komen, maar die lost Hij allemaal op. Hij gebruikt verschillende beweegredenen en uitnodigingen om zielen aan te moedigen tot Hem te komen. Hij verkondigt dat de markt vrij is. Hij zoekt niets van u, maar wil u alle heerlijke zaken geven. Juist als u niets hebt om te geven, bent u daarom wel dwaas als u niet wilt komen en aannemen. Als u niet wilt komen, is uw welzijn voorbij. Uw vonnis is: ‘Ga weg van Mij’ U kunt doen wat u wilt, maar u zult niet voorspoedig zijn, nog enige zielsbevrediging op een andere wijze verkrijgen.

 

U zegt: maar hoe zal ik weten of ik een zaligmakend deel aan Christus heb? Wel, gewoonlijk bereidt de Heere Zijn weg in de ziel door verootmoediging, ontdekt de mens zijn zonde en ellende en oefent hem daarmede zo, dat hij naar de medicijnmeester Christus Jezus verlangt.

Maar hoe zal ik weten of ik een genoegzame mate van verootmoediging verkregen heb? Een genoegzaam gezicht van onze ellende maakt, dat iemand de zaligheid meer dan enig ding ter harte neemt, dat hij alle hulp en verlossing in zichzelf, zelfs in zijn beste dingen verwerpt, dat Christus de Verlosser, zeer dierbaar is aan de ziel; dat die mens bevreesd is daarna te zondigen; dat hij tevreden is met zalig gemaakt te worden op wat voorwaarde het God ook moge behagen.

En hoe zal ik weten of mijn hart op de rechte wijze naar Christus uitgaat en dat mijn geloof een waar geloof is? Waar het hart op de rechte wijze uitgaat tot Christus in een waar geloof, daar heeft de ziel in Christus alleen boven alle dingen een welgevallen; zij heeft een behagen in Zijn drie ambten, dat Hij zowel regeert en onderwijst als dat Hij zalig maakt; en zij is tevreden Hem aan te kleven, wat ongemak daarop ook volgen moge.

Maar veronderstel, dat ik merk, dat de zonde nu en dan de overhand in mij heeft, wat dan? Hoewel iedere zonde de eeuwige wraak verdient, nochtans, indien u benauwd bent over uw zonden, ze belijdt met schaamte des aangezichts voor God, u oprecht voorneemt voortaan daartegen te strijden, en u tot Christus om vergeving vliedt, zo verkrijgt u barmhartigheid en uw eigendom aan Christus staat zeker.

Maar veronderstel, dat mijn zonden bijzonder verschrikkelijk en buitengewoon zijn? Wat uw zonden ook mogen wezen, zo u de Heere Jezus door het geloof aangegrepen hebt, zult u nooit in de verdoemenis komen.

 

Als u wilt komen, behoeft u niet bang te zijn voor Zijn toorn en gerechtigheid. U zult niet behoeven te zeggen dat u niet durft komen, uit vrees dat Hij Zich aan u zal wreken. De Vader heeft Christus als Borg gegeven en niet als Rechter. Christus staat in de plaats van allen die tot Hem komen. Hij zal alles voor u opnemen, zowel met betrekking tot de schuld als de smet van de zonde. Hij zal instaan voor uw ongerechtigheden, alsof Hij in eigen Persoon ze had begaan. En u zult vrijuit gaan. Kom tot Hem!

William Guthrie (1620-1665)