De ware rust
‘Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.’
Hebreeën 4:9
De ware rust
Vakantie! Wie begeert haar niet in onze drukke en gejaagde tijd, waarin het leven zo sterk staat onder de druk van de overspanning?
Maar beseft men wel wat vakantie eigenlijk is en wat zij bedoelt? Is zij slechts een nietsdoen, een zich nu eens vrijuit kunnen uitleven? Velen nemen daarbij ook vakantie van de godsdienstige verplichtingen. Vakantie in de goede zin van het woord is te mogen geraken tot zodanige innerlijke, harmonieuze gesteldheid, dat lichaam en geest worden versterkt.
Maar er is echter nog een hogere rust! En die is niet gelegen in het zinnelijke en alleen stoffelijke van het leven, maar in God Zelf. ‘Ons hart kan niet rusten, tenzij het rust vindt in God’, zo merkte Augustinus op. Het is de rust die geworteld ligt in Gods rust! En dat is Zijn sabbatsrust, als verlustiging in Zijn machtige, heerlijke werken.
Ook wilde God de mens doen delen in Zijn rust. Hij gaf daartoe de zevende dag als sabbat. Zou de mens staande gebleven zijn, dan zou voor hem de eeuwige sabbat, de eeuwige rust zijn aangebroken, en zouden al zijn dagen rijke sabbatten zijn geworden. De mens heeft echter Gods sabbat verzondigd, en hij zonk neer in de diepten van verlorenheid en onrust.
Evenwel heeft de Heere in Zijn aanbiddelijke wijsheid Zijn sabbat hersteld en haar opgenomen in Zijn genadeverbond. Zo gaf God aan Zijn volk Israël als een ‘teken’ van Zijn verbond de zevende dag als sabbat. Zo werd ook het land Kanaän afschaduwing en onderpand van Gods rust!
Nu wijst de schrijver van de Hebreeënbrief op het feit dat Kanaän zelf niet de ware rust in God kon geven. Ook niet het aardse Jeruzalem en niet de ceremoniële eredienst van Israël, door slechts uiterlijke onderhouding. De eigenlijke rust in God heeft Christus verworven door Zijn Middelaarswerk. Vandaar dat de oudtestamentische sabbat als zevende dag heenwees naar Christus. De orde was dus: van werken tot de rust.
Nu door de Middelaar Gods en der mensen het werk der verzoening, door voldoening aan Gods recht, volbracht is, kon de nieuwtestamentische sabbat aanbreken. Daarom is nu de orde geworden: vanuit de rust de arbeid. Christus is op de eerste dag opgestaan uit de doden en heeft die dag als Zijn dag aan Zijn kerk gegeven, speciaal tot Zijn dienst.
Zo is Christus de Silo, de Rustaanbrenger. Maar Hij is ook de Rustgever! Daartoe nodigt Hij tot Zijn rust: ‘Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven!’ (Mattheüs 11:28) Het zijn de vermoeiden en beladenen vanwege het pak der zonde, waarvan zij de zware last gevoelen. Kent u hier iets van door ontdekkend licht van de Heilige Geest, zoals we lezen van die drieduizend op de Pinksterdag te Jeruzalem?
Jezus schenkt de ware rust. Hij laat in het verslagen zondaarshart de zalige rust, als vrucht van de uitgestorte liefde Gods, invloeien. Die rust is een ademen in de sfeer van de goedgunstigheid Gods, een schuiling vinden onder de vleugelen van Gods eeuwige barmhartigheid en genade! Vrede vinden bij en in God, door Christus, in de weg des geloofs! Ja, rust zelfs in dagen van druk en strijd. En eens: de eeuwige rust, die overblijft!
Dit ‘overblijven’ betekent niet een zogenaamd overblijvend restantje, zoals van artikelen bij een uitverkoop. Neen, de rust die overblijft, is eindresultaat van de strijd des geloofs! Paulus schrijft: ‘Ik heb den goeden strijd gestreden, ik heb den loop geëindigd, ik heb het geloof behouden; voorts is mij weggelegd de kroon der rechtvaardigheid.’ (2 Timotheüs 4:7-8)
Heerlijk eindresultaat van de strijd des geloofs! Ach, hier is de genieting van die zalige rust in God, in het volbrachte werk van Christus, in ’s Heeren wegen en dienst, nog zo onvolkomen. Er is helaas zoveel wat die rust belemmert en verstoort. Maar eens zal die rust volkomen zijn. ‘Er blijft dan een rust over voor het volk Gods.’ (Hebreeën 4:9)
Behoort u, lezer of lezeres, tot dat volk? Tot het volk ‘dat het geklank kent’? Dat volk leert er iets van: ‘Rust noch vrede wordt gevonden, om mijn zonden, in mijn beend’ren, dag of nacht.’ O, laat ons benaarstigen die rust in te gaan, door haar hier te zoeken en te vinden!
Vreselijk zal het eindresultaat zijn van de dienst der zonde en van satan, namelijk een eeuwige wanhoop, een eeuwige smart. Het is ook het eindresultaat van alle valse rust en vrede, zoals de wereld die biedt, maar ook de lichtzinnige en valse godsdienst, die de mens wijsmaakt: vrede, vrede en geen gevaar! Zoals we lezen in Jeremia 6:14: ‘En zij genezen de breuk der dochter Mijns volks op het lichtste, zeggende: Vrede, vrede! doch daar is geen vrede.’ (Jeremia 6:14)
Dat we toch bang mochten zijn of worden voor het misleidende zelfbedrog voor de eeuwigheid. Dat we toch smeken om ‘waarheid in het binnenste’. Brenge de Heilige Geest ons door Zijn krachtdadige werking in de weg der ontdekking en ontlediging tot de enige en volkomen Rustaanbrenger, Jezus Christus. Want ‘Zijn rust zal heerlijk zijn.’ (Jesaja 11:10)
O, zalig, zalig eindresultaat van de strijd des geloofs. ‘O, hoe groot is Uw goed, dat Gij weggelegd hebt voor degenen die U vrezen.’ (Psalm 31:20)