Het onverderfelijke leven
“Jezus Christus, Die het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht heeft door het Evangelie”
2 Tim. 1:10b
Er is alle tijden door een strijd gevoerd tegen ziekte en dood. Maar ondanks het feit dat de medische
wetenschap tot ongekende hoogte geklommen is en er nog steeds naar middelen gezocht wordt om
de ernstigste kwalen te bestrijden, toch is het middel nog nooit gevonden tegen bepaalde ziekten en
de dood. Dat middel zal ook nooit gevonden worden. Heeft men een probaat middel tegen een
bepaalde kwaal gevonden, of een andere kwaal steekt de kop op. De strijd zal blijven voortduren
zolang de wereld bestaat. Er mag dan veel bereikt zijn in medisch opzicht, de dood gaat door tot alle
mensen. Ook met Pasen is nog niet zoveel veranderd in deze wereld. Na Pasen is de dood
voortgegaan. Nog dagelijks sterven mensen. We zien geregeld rouwstoeten door de straten gaan;
graven worden gedolven. Waar blijkt het nu uit, dat de dood op Pasen overwonnen is?
Heerst de dood toch niet als een onoverwinnelijk koning in deze wereld? Dat geldt niet alleen de
wereldling maar ook degenen die God vrezen. Wat bedoelt Paulus er eigenlijk mee, dat Jezus Christus
de dood te niet gedaan heeft en het leven en de onverderfelijkheid aan het licht gebracht heeft.
Blijkt het tegendeel maar niet al te veel in deze wereld en in ons persoonlijk leven? Leven we niet
veeleer in een Paasloze wereld? En toch heeft Paulus gelijk. Om dat te verstaan moeten we allereerst
letten op de vraag: wat is de dood eigenlijk? Dan is de lichamelijke dood nog maar een onderdeel van
een veel groter geheel. De dood is straf op de zonde. Toen de mens zich vergreep aan de verboden
vrucht in het paradijs daalde de nacht van zonde en dood over de aarde. De mens kwam onder het
oordeel van de drievoudige dood. Ook al stierf Adam nog niet direct na zijn zonde, toch werd de
band met God verbroken. Hij viel in de geestelijke dood en daarop zou ook de tijdelijke en tenslotte
de eeuwige dood volgen. Het is nog genade van God dat Hij de volle straf nog niet aan de mens
voltrok. De mens stierf de geestelijke dood, maar Hij stelde de tijdelijke en de eeuwige nog uit. Dat u
er nog mag zijn, dat u nog in het heden der genade verkeert, is nog Gods genade over ons. Toch
moest die schuld verzoend worden en de straf op de zonde gedragen. Het is Christus geweest Die in
onze verlorenheid is afgedaald. Hij is op Golgotha verzonken geweest in de diepte van de dood. Helse
angsten en benauwdheden hebben Hem getroffen. Zo heeft Hij de dood te niet gedaan. Door de
dood van Christus is de dood gedood en Hij heeft het leven, het eeuwige leven aan het licht
gebracht. De weg tot God is gebaand. Er is weer leven te midden van de dood. Er is een middel tegen
de dood en dat is de dood en opstanding van de Heere Jezus Christus.
Nee, het werk van Christus komt niet ieder zonder onderscheid ten goede. Hij is die weg gegaan voor
Zijn uitverkorenen en ieder nu die in Christus gelooft, heeft het eeuwige leven. Hij sterft niet meer,
want hij is al gestorven met Christus aan het kruis. Dat is de machtige prediking van Pasen. Hij is de
dood ingegaan en aan de andere kant van de dood opgestaan. Hij ontvangt het leven dat niet meer
sterft. Maar Hij heeft het leven niet alleen verworven, maar Hij maakt er mensen deelgenoot van. De
verrezen Paasvorst roept het uit: “Ik leef en gij zult leven”. Dat leven begint niet pas, wanneer Gods
kinderen de eeuwige zaligheid binnengaan, maar hier op aarde wordt al iets van die heerlijkheid
gesmaakt. Het wordt in beginsel ons deel, als Christus ons door Zijn Geest van dood levend maakt.
Maar dat beginsel is niet meer te stuiten. Het zal in zijn volle heerlijkheid geopenbaard worden.