Voor Petrus apart

3 april 2026 Wijlen Prof. G. Wisse

Doch gaat heen, zegt Zijnen discipelen, en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea; aldaar zult gij Hem zien, gelijk Hij u lieden gezegd heeft.

Markus 16: 7

‘…en Petrus’ (Markus 16: 7m)

Nu heeft zojuist de Paaskoning in soevereine majesteit de grafspelonk verlaten. Hij heeft daar als het
ware de stukken die de engelen moesten uitreiken, achtergelaten: ‘Zeg het Zijn discipelen’. Eén stuk
was erbij waarop stond: ‘voor Petrus apart’. Dat was dus iets heel bijzonders. ‘Zeg het Zijn discipelen’
– maar hier is Petrus dan toch vanzelf ook bij inbegrepen? Behoorde hij dan niet bij die bekende
discipelkring?
Hij behoorde er wel zo waarlijk bij, dat de Heere het nog eens afzonderlijk in herinnering wil brengen.
Want er was aanleiding geboren om te menen, dat hij er niet (meer) bij behoorde. Want weet u wie
er zoal konden denken, dat hij er niet bij behoorde? Allereerst Petrus zelf. Hij heeft de laatste drie
dagen uren doorleefd, waarin hij mogelijk wel zichzelf heeft geschrapt. Tot driemaal in vloek en eed
Jezus verloochend. Is dat bestaanbaar met genade? Ach, wat moet het in dat Petrushart hebben
gestormd.
En de discipelen? Och, zouden zij al wel niet eens in stilte zich hebben afgevraagd: Die Petrus, is die
nu een echte of niet?
En weet u wie hem óók geschrapt heeft? De duivel. Zou het verwonderlijk mogen geacht worden, dat
deze hem al menigmaal in het zielsoor heeft gefluisterd: Man, wat meent ge; dacht ge soms dat Jezus
er zulke discipelen op na kan houden? Die zouden doen, waarvan zelfs de wereld met afschuw
vervuld wordt? U een discipel? Nóg een discipel? ‘Mens’, ja zeg dat woord nu eens tot uzelf, – mens,
dacht u, dat zulke dingen met genade samen kunnen gaan? Zou het geen tijd worden man, dat u zich
een plaats ging zoeken naast Judas? De troon daarboven? Nee, de strop hier beneden past u beter;
wat dunkt u? zoudt u nu maar niet afbreken…?
Zie, zo wordt het dan bang voor Petrus. En nu zijn Koning. Ja, hij heeft die Borgkoning schandelijk
misjegend. Denken we het ons nog eenmaal in alle ontroerdheid in. Petrus heeft het bestaan, om
met zoveel woorden te zeggen: Als ik van Jezus ben, dan moge de hel mijn plaats worden; want het
staat er: Hij begon zichzelf te vervloeken. Ja, een kind van God kan diep vallen, hij kan zelfs zonden
bedrijven, die een onbekeerd mens niet eens kan doen. Verraden, ja, dat kon Judas de Heere, maar
om Christus te verloochenen, moet u er een zijn van Hem. Het is, hoe smartevol ook, niet anders
toch. Het is als zweeft Petrus boven de hel, hangend aan een zijden draad. Aan een zijden draad? Is
dat beeld wel juist? Willen we eens liever zeggen: boven de hel hing hij, maar aan een …
eeuwigheidsketen. Ik heb voor u gebeden, Simon; herinnert u zich dit woord, lezer?
En nu uit de dood verrezen, is het wonder dat de Heere de engelen heeft opgedragen: Petrus, mijn
Petrus, was Mij van eeuwigheid gegeven door de Vader, zijn val was groot, maar de Verdienste van
Mijn Borgwerk, en de kracht van Mijn opstanding is groter, eeuwig groter; hier is een boodschap
voor hem, voor hem juist apart.
Het is een boodschap uit de eeuwige liefde Gods. Wie hem mocht schrappen, Ik, Zijn Redder en
Koning, Ik schrap hem nooit, nee, nooit. Want, en ziedaar de zalige oorzaak: die Petrus was Hem van
de Vader gegeven, van eeuwigheid; daarom ging Hij voor hem de dood in, daarom moest en zou Hij
ook deze discipel eenmaal meebrengen in de heerlijkheid; daarom stond Hij op uit de doden voor
hem; daarom laat Hij het stuk ‘voor Petrus apart’ in de doodsspelonk achter.
… én Petrus. Zijn naam op de lijst bovenaan, dat was genade; zijn naam op de lijst nu achteraan,
onderaan maar toch erop, dat was trouw.
Het had eens weerklonken: Simon, gij zult Petrus genaamd worden. Maar dat is uit Mij. Visser der
mensen. Uw verkiezing tot dit ambt is een goddelijke onderscheiding; maar ge zult het moeten leren,

gij juist zo in het bijzonder, dat dit genade is. Die Petrus moest ontvallen, ja ook aan… Petrus. In de
zonde der verloochening is niet slechts Simon aan Petrus moeten ontvallen, maar meer nog: ook
Petrus aan Petrus. Wat wil dit zeggen? Dat het nieuwe leven een strijd heeft te strijden ook tegen
alle zelfvertrouwen, zelfs in de sfeer van het nieuwe leven. Ach, we lopen zo gevaar, dan vaak
heimelijk nog te menen, dat we als bekeerde nu overal tegen bestand zijn. En dat is een lieve
vergissing. Die Simon niet slechts, maar die Petrus moest nog een les leren.
Zie, Petrus en niet Johannes heeft de Heere verloochend; dit hangt middellijkerwijs samen met hun
eigenaardige persoonlijkheid en karakter. Petrus de vurige, de vooraanstaande, de enthousiast. Maar
dit bergt gevaren in zich. Gevaar onder andere van zelfvertrouwen. AI werden zij ook allen aan U
geërgerd…, voor U ben ik bereid de dood in te gaan. En zie dat meende hij, dat was geen huichelarij.
Maar Petrus stond daarbij te veel in eigen kracht. Als de Heere heeft gewaarschuwd: Gij allen zult
aan Mij geërgerd worden, dan acht Petrus dit nodig gezegd te worden aan het adres der anderen;
niet aan eigen adres.
Na de verloochening werd hij indachtig aan ’s Heeren woord. Hij had het zich dus laten passeren. Hij
achtte dit voor zich niet nodig. Hij Petrus, de bekeerde Petrus, die zo vurig leven en getuigen kon;
nee, hij zag het toen niet, dat hij ook niet-geloven kon. Zie dat was het; en Petrus wilde nog leven uit
zijn bekeerd-zijn, uit zijn vurig aanhangen van zijn Meester, uit allerlei… maar hij moest nog leren, dat
Petrus, niet Simon, maar Petrus juist, alleen lieven en getuigen, en leven putten kon uit de Heere
Zelf. Uit de God des levens, uit de gemeenschapsoefening met Hem, uit de bediening uit die God, is
er alleen leven tot leven te putten.
Zo moest Petrus nog van… Petrus verlost worden, dan eerst raakt hij goed zichzelf kwijt; maar de
Heere raakt hem daarom niet kwijt. Nee, zijn Heiland en Zaligmaker heeft hem vastgehouden, ook
toen Petrus de Heere losliet; daarom is Christus op dat vreselijke kruis gebleven tot het al volbracht
was. Petrus moest op alle manier naar de hel. Zijn vloek-eed verdiende het. Of was hij werkelijk niet
van Jezus, dan moest hij daarom verloren gaan; maar op alle manier is hij thans geschikt voor de hel.
Er is maar één oplossing; dat dan Jezus voor hem naar de hel ga. Zó is geschied; en als Jezus uit de
doden opstaat, zegt dit onder andere voor Petrus: Gij had krachtens uw val kunnen geschrapt
worden; maar krachtens Mijn dood en overwinning moet ge gehandhaafd.
En zo wordt het een erezuil voor Christus, dat die engel een paasboodschap heeft ‘voor Petrus apart’.
‘En Petrus’ – dit is de boodschap die getuigt: er moge veel kracht zijn in uw zonden ten verderve; er is
meer kracht in Mijn wonden tot behoud. Als Petrus deze mededeling ontvangen zal, hoe zal zijn ziel
worden getroost! Nu weet hij, dat Jezus hem nóg liefheeft; altijd door liefgehad heeft. Die boodschap
bericht hem, dat Jezus nog aan hem denkt; dat hij, Petrus, let wel, met de Heere het heeft
‘afgemaakt’, maar de Heere daarom nog niet met Petrus.
Het zegt nog meer. Dat er nu mogelijkheid is, die werkelijkheid zal worden, dat zij elkaar nog weer
ontmoeten zullen. Want Petrus had de Heere sedert die onzalige nacht niet meer ontmoet, en het
zegt hem tevens, dat als die ontmoeting nog weer zal plaatsvinden, Petrus bij die gelegenheid tranen
moge wenen, bitter en uit diepe wel, maar dat Jezus niet op hem toornen of schelden zal; dat Petrus,
zelfs aan Zijn trouwe onveranderde Borghart, zal mogen uitroepen: Heere, Gij weet alle dingen, Gij
weet dat ik U liefheb.

Dagtekst

Johannes 15:13

Niemand heeft meerder liefde dan deze, dat iemand zijn leven zette voor zijn vrienden.

ANBI | © 2024 CGK Katwijk. Alle rechten voorbehouden.